Fruitbomen

Buiten een korte beschrijving vindt u ook nuttige tips in verband met het aanplanten en onderhoud van uw fruittuin. Fruitbomen worden niet enkel ingedeeld naargelang de vruchten (appel, peer, pruim,...), maar ook naargelang de hoogte.

Fruitbomen worden aangeplant wanneer deze planten in rust zijn, d.w.z. van half november tot einde maart. Ook in de winter, bij vorstvrij weer kan er geplant worden.

Bij het aanplanten zelf moet men er rekening mee houden de planten zo diep te zetten als dat ze gestaan hebben (ong. 5 cm boven de eerste wortels).

 

Fruitbomen verkopen wij uit 3 groepen: laagstam, halfstam en hoogstam.

We zetten de voor- en nadelen even voor u op een rijtje:

Laagstam (of struik)

hebben een stamlengte van ongeveer 50 cm

geschikt voor de kleine tuin

zeer makkelijke oogst, kindvriendelijk

Halfstam

hebben een stamlenge van ongeveer 1.50 m

meest gebruikte groep van fruitbomen

makkelijk in onderhoud (snoei)

zeer makkelijk te oogsten, men kan er nog onderdoor indien nodig

Hoogstam

hebben een stamlengte van ongeveer 2 m

ogen mooi in het landschap en de boomgaard

men kan er makkelijk onderdoor (ook met de auto, machines,...)

men kan er vee onder laten grazen

onderhoud en oogst verlopen iets moeilijker, het gebruik van een ladder is noodzakelijk

 

Bij enkele fruitsoorten moet er rekening gehouden worden met de bestuiving. Sommige soorten zijn zelfbestuivend, andere hebben een andere soort nodig die zorgt voor de bestuiving en uiteindelijk vruchten.

Voor appels, peren, pruimen en kersen hebben we enkele bestuivingstabellen opgesteld die u op ons tuincentrum kan raadplegen. Zodat u zeker kan zijn van vruchtdracht.

 

Appel

De appel behoort tot het omvangrijke planten geslacht Malus. De bomen zijn geschikt voor alle gronden op voorwaarde dat de grond voldoende voedsel en geen storende lagen bevatten. De grondwaterstand moet constant en niet te hoog zijn. De groei beheerst men door het insnoeien. Bij de vormsnoei zijn de hoofdtakken belangrijk. De onderhoudssnoei wordt jaarlijks toegepast. Oude takken worden geruimd om plaats te maken voor jonge takken, waterloten worden verwijderd evenals zwakke en kromgroeiende twijgen.
Verjongingssnoei is het wegnemen van oude takken waardoor de groei weer gestimuleerd kan worden. Het snoeien wordt best uitgevoerd in de winter bij vorstvrij weer.

 

Peer

De peer behoort tot het geslacht Pyrus. Perenbomen stellen weinig eisen aan de grond, voldoende voedsel bevordert de groei en bloei sterk. Perenbomen nemen niet veel ruimte in en zijn gemakkelijk te vormen. Als leivorm plant men ze best ongeveer 1.50 m uit elkaar. De groei wordt zoals bij de appel beheerst door het insnoeien. Dit gebeurt ook best in de winter bij vorstvrij weer.

 

Pruim

De pruimenrassen behoren tot het geslacht Prunus domestica. Ze stellen weinig eisen aan de grond en de standplaats. Pruimenbomen kan men best na de oogst of als de bomen in het voorjaar gaan uitlopen snoeien. Hierdoor zal de snoeiwond snel vergroeien. Elk jaar dunne takken wegsnoeien is beter dan bij oude bomen grote takken weg te snoeien en zodoende grote wonden te maken. Sommige pruimenbomen zijn zelfbestuivend en daardoor zeer geschikt als solitair in kleine tuinen. Andere soorten geven juist de voorkeur om met meerdere bij elkaar te staan voor een goede vruchtopbrengst.

 

Kers

De kers behoort tot het geslacht Prunus. Kersenbomen stellen weinig eisen aan de grond. Hij groeit meestal goed en gezond. Of de boom het naar zijn zin heeft kan men zien aan de stam. Deze behoort glad te zijn. Is hij knoestig, dan mankeert er iets aan de grond, de waterhuishouding of aan de bemesting. Kersen snoeit men best in de zomer na de oogst. Tijdig snoeien voorkomt dat men later dikke takken moet verwijderen, waardoor grote wonden ontstaan. Een te dichte kroon moet echter worden uitgedund ook als het al oudere takken zijn. Daarom is het beter bij het opkweken jonge takken die te veel zijn geheel weg te snoeien. Andere takken krijgen hierdoor voldoende ruimte om uit te groeien.

 

Perzik

De perzik behoort tot het grote geslacht Prunus. De verschillende fruitsoorten van het geslacht prunus hebben gemeen dat ze steenvruchten dragen. Bij de perzik is deze steenvrucht groot en gegroefd. Ons klimaat is niet bepaald gunstig voor de teelt van perziken doordat de bomen vroeg in het voorjaar (maart) bloeien. De kans is daardoor ook groot dat de bloesem (het vruchtbeginsel) van vorst te lijden krijgt. Daarom is het belangrijk de perzikboom op een beschutte plaats te zetten (bv. voor een muur op het zuiden). Op een zonnige plaats en een kalkrijke grond groeit de boom zeer goed. Een beetje kalk in de plantput mengen is aan te raden. De perzikboom best snoeien direct na de oogst. Snoeien bestaat uit het wegnemen van dorre takken. Wanneer de boom overvloedig beladen is met vruchten, is het aangeraden goed te dunnen. De boom zal er goed bij varen. De grootte van de vruchten en de smaak wordt erdoor bevorderd. De perzikboom is zelfbestuivend.

 

Abrikoos

De abrikoos is een kleine boom of struik en behoort eveneens tot het geslacht Prunus. Omdat de boom zeer gevoelig is aan nachtvorst, is de teelt nooit echt belangrijk geworden. Plant men ze op een zeer zonnige en goed beschutte plaats, tegen een muur en liefst op een kalkrijke grond, kan men wel goede resultaten behalen. De abrikoos levert zeer sappige vruchten, mits men de oogst wacht tot ze geheel rijp zijn. In warme streken is de abrikoos een belangrijk exportartikel. Ze worden veelal gedroogd en geconserveerd. De abrikoos is zelfbestuivend.

 

Fruit

Openingstijden

Adres

Ma t/m Vr | 08:30 tot 18:00

Zaterdag |  08:30 tot 17:00

Koopavond op vrijdag tot 21:00

(Alleen tijdens de zomertijd)

Foarwei 210

9298 JT     |    Kollumerzwaag

info@tuincentrumdesweach.nl

Tel: 0511-447160

Webdesign by Roelina Banga 2015